The Gluemen

Gluemen

The Gluemen

Tsja zeg, The Gluemen… Staan zomaar vannacht in een verdomd klein cafe in de stad te spelen. Dat wordt proppen, daar in de Kult in de Steentilstraat (voor wie dit een paar uur voor de aftrap nog leest). En dat -het kan haast niet anders- kan alleen maar gaan tegenvallen als je er 15 jaar op gewacht hebt. Niet dat ik elke avond voor het slapen gaan even op m’n knieën ging om de lieve God te vragen of hij er toch alsjeblieft voor kon zorgen of a. deze dooie band weer onder de levenden komt, en b. dat ik ze dan toch nog eens zou kunnen zien, notabene in m’n hometown. Maar toch, toen het bericht kwam dat ze op een van de twee avonden zouden staan die het prima Groningse label Subroutine organiseert buiten E-Sonic om, toen kreeg ik wel even een heel apart gevoel van binnen. Nou ben ik iemand die alles, op elk gebied, open houdt en niets onmogelijk acht, tot aan niet-meer-doodgaan-vanwege-een-voortschrijdende-medische-wetenschap aan toe. Dus dooie bands die weer tot leven komen moet dan ook kunnen. Het zal ook niet de eerste en de laatste keer zijn dat dat gebeurd. Maar die Gluemen, uit Maastricht dacht ik (oorspronkelijk), daar had ik echt helemaal niet meer op gerekend.

“Shanghaied” heet hun enige CD, de eerste release van het Amsterdamse label Transformed Dreams. Een leuk verhaal was dat. Ik was concertprogrammeur bij Simplon, en ik werkte in een klein platenzaakje. Een klant nam eens een tape mee voor me, van “een band uit Maastricht, ze noemen zich de Wymer Band want ze hebben nog geen echte naam”. Errug goed. Of zoiets. Het was een klant die serieus te nemen was, en dus schoof ik thuis de Wymer Band in het deck. Stoffige oefenhoksound, prima songs. Elementaire rocksongs met weirde kronkels. Helemaal het geluid van toen, eerste helft jaren 90, lo-fi. Niet veel later, een demo-sessie in m’n Simplon-hok. Tussen de bagger, u raadt het al, een tape van de Wymer Band. Dat had de naam gevonden om de eerste treden van de muziekladder mee te betreden: The Gluemen. Ik besprak nooit demo’s in het Simplon Magazien, het maandelijkse infoblad van de inmiddels behoorlijk veranderde club aan het Boterdiep. Maar toen wel. Idem met demo twee die weer wat later opdook. M’n enthousiasme werd alleen maar groter toen bleek dat de band er geluidstechnisch wat doekoe tegenaan gegooid had, al bleef de sound stoffig. Maar helder stoffig. En lekker, als je weet hoe je stoffig moet eten (of zo). Om het verhaal kort te maken: de man van Transformed Dreams las de recensie(s), en “Shanghaied” zag het levenslicht.

Nou weet ik dat laatste niet meer helemaal zeker, zoals ik ook niet meer weet waarom ik The Gluemen niet zelf boekte. Voorprogramma’s van NL-bands, voor tourende buitenlanders, voor een normale gage cq onkostenvergoeding, zonder dat bands zelf moesten betalen om te spelen, puur op basis van muzikale kwaliteit; het kon toen nog. Maar het gebeurde niet. Ik weet wel dat ik van die tijd niet het meest heldere beeld heb wat je je kunt voorstellen. Ik weet bijvoorbeeld ook niet meer waarom we toen met ons eigen label Rotten Windmill niet een single uitbrachten van The Gluemen. Dat had, denk ik nu, best gekund, want andere Paul (R.) was ook fan. Het is zelfs zo dat me nu pas te binnen schiet dat ik ze toch eens gezien heb, op een Transformed Dreams-avond op Noorderslag notabene! Dat moet ergens rond 1998 geweest zijn, toen mijn vrienden van Birdskin er ook stonden (hun CD “Basement” was de derde release op TD).

Ik weet dus ook niet mee hoe The Gluemen aan hun einde kwamen. Het enige dat ik me herinner is een verhaal dat Paul me ooit vertelde over de drummer, die alleen naar NY City reisde om wat optredens te regelen. Dat lukte (CBGB’s bijvoorbeeld). Toen hij wat rondlummelde op straat daar zag hij een feestend gezelschap aan de overkant naar buiten komen. Het bleek Bettie Serveert te zijn dat net een contract bij Matador had getekend! Het zal het beeld, het contrast geweest zijn tussen succes en moeizaam je band op poten zetten waardoor ik me dat dan wel weer herinner.

Maar het is dus helder dat ik anno 2010 met veel plezier die ongepolijste songs, met die vreemde kronkels erin, met daarbovenop die aparte maar erg fijne zang van zanger Wymer, graag weer eens wil horen. Wymer trouwens, die ik veel later in Groningen echt ontmoette (bijvoorbeeld als zanger/gitarist van Vox Von Braun), maar dat is weer een heel ander verhaal.

Dat tegenvallen zal ook wel meevallen denk ik; ik ga altijd behoorlijk onbevangen met een we-zien-wel-gevoel, naar concerten. Hopelijk mag het hard, daar in de Kult.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s