De Popjournalist (deel 1)

popjournalist

Popjournalisten, druk aan het werk

Er wordt veel over muziek geschreven, maar over popjournalistiek zelf vind je weinig artikelen. Misschien komt dat omdat er weinig behoefte aan is. Maar mij interesseert het dusdanig dat ik er zelf maar eens voor op de muis ben gekropen.

Frank Zappa zei ooit: ”schrijven over muziek is net zoiets als dansen over schilderkunst”. Kan zijn dat de uitspraak net iets anders was (ben te lui om even te googelen), maar de strekking is duidelijk; het is onmogelijk om muziek in woorden te vatten. Is dat zo? Muziek moet je inderdaad horen, voelen, beleven. Woorden kunnen de sensatie van een blijmakende deun of een ontroerende compositie nooit helemaal vatten. Maar benaderen kan wel. En het is goed dat er specialisten zijn die het kaf van het koren scheiden om ons vervolgens deelgenoot te maken van dat selectieproces. Orde in de chaos, leve de popjournalist!

Popjournalistiek, daar kun je alle kanten mee op. Dat heeft te maken met begrippen als context, markt, of doelgroep. Een popjournalist schrijft niet voor zichzelf. Voor een glossy hitmagazine bijvoorbeeld schrijft hij of zij (het is een ‘hij’ in het vervolg van dit artikel) daarom een ander verhaal dan voor een huis-aan-huiskrant. Dezelfde schrijver zal in beide bladen een andere insteek en schrijfstijl hanteren, en misschien zelfs over dezelfde muziek een ander oordeel hebben. Dat laatste is apart; je vindt een plaat toch goed of slecht, punt? Ja en nee. Ja, als het binnen de context is van de popjournalist z’n eigen vier muren, z’n eigen muziekinstallatie en z’n eigen hoofd. Dan is hij in feite geen popjournalist meer maar gewoon een liefhebber die vrij en onafhankelijk z’n mening kan vormen. Maar als die liefhebber naar buiten treedt met z’n mening wordt hij dus popjournalist. Onafhankelijkheid maakt dan plaats voor afhankelijkheid. Van lezerspubliek en eindredacties. Van adverteerders, uitgevers en popbiz, met hun specifieke belangen. Van –en daar gaat het uiteindelijk om- de eigen broodwinning. De popjournalist laveert met z’n mening tussen die belangen door. Een te kritische benadering kan achtereenvolgens boze brieven, een boze eindredacteur en ontslag opleveren. Dan moet je uitkijken met een vernietigend oordeel over een release van een belangrijke adverteerder. Tegen de mening van het lezerspubliek ingaan (bijvoorbeeld door helden en heilige huisjes kritisch aan te pakken) kan opzeggingen en als gevolg klachten van een uitgever opleveren. Kortom, de mening van de popjournalist past zich aan aan deze factoren. Het laatste wat hij wil is z’n baan verliezen. Privé en zakelijk worden twee verschillende dingen. Een popjournalist heeft dan ook altijd twee petten op. Op z’n minst.

Hij weet dat, de lezer niet. Die denkt dat wat hij of zij leest ook echt de enige mening is van de schrijver. De lezer treedt met zijn of haar mening over muziek niet naar buiten op een manier zoals de journalist dat doet. Er is weinig inzicht in diens denkproces en de motieven waarop een mening gebaseerd is. Dat levert een hoop onduidelijkheid op, vooral omdat een popjournalist erg lijkt op een ‘normale’ liefhebber. Wat hij natuurlijk ook nog steeds is. Maar als je bijvoorbeeld veel over Nieuw-Zeelandse muziek schrijft, bijvoorbeeld omdat niemand anders dat doet, dan denken lezers al snel dat je alleen van kiwirock houdt. Als je een demo van een Groningse band positief bespreekt in een blaadje van een Groningse popkoepel, dan denkt de band in kwestie dat je ze goed vindt, terwijl je diezelfde demo in een Uncut of Oor misschien wel had afgebrand. Het gaat dus om de context. Het algemene Groningse niveau is lager dan het algemene wereldniveau, het oordeel past zich dus aan. Daarom heeft een mening van een popjournalist altijd te maken met kennis. Anders gezegd, hoe meer kennis, hoe beter het oordeel. Hoe beter hij de Groninger scene of het wereldniveau kent, hoe beter hij kan oordelen hoe een band daar bij afsteekt. Hoe meer muziek hij kent, hoe beter hij kan inschatten of een band origineel is. Hoe meer de popjournalist weet van het proces van muziekmaken, hoe beter hij kan oordelen over de prestatie van een band. Et cetera.

Kennis en smaak hebben overigens wel degelijk een relatie. Sterker, ze zijn nauw met elkaar verbonden. Als je nooit de straat bent uitgelopen waarin je woont, en je kent in die straat drie vrouwen, dan is 1 de mooiste. Maar in de buurt leven 30 vrouwen die je daarna leert kennen. Negen daarvan zijn mooier dan de nummer 1 van jouw straat. Die verdwijnt naar de 10de plek. Ze wordt steeds lelijker doordat je steeds mooiere vrouwen leert kennen. Je smaak verandert dus omdat je kennis vergaart.

Kennis staat centraal, smaak laat de popjournalist thuis. Vanuit kennis ontstaat een mening, opinie. Een gedegen kennis is een gedegen opinie. Een uitmuntende kennis is een uitmundende opinie. Een slecht geinformeerde journalist heeft als gevolg een inferieure opinie. Die kan hij verbloemen. Bijvoorbeeld door bij een concertrecensie geen opinie te geven, maar gewoon te beschrijven wat hij ziet. Ook iemand die mooi kan schrijven kan zichzelf aardig indekken en het jarenlang volhouden. Daarom kan een net afgestudeerde journalist (nog) geen goede popjournalist zijn maar wel gewoon zijn brood er mee verdienen. Maar hij mist per definitie de kennis omdat hij nog niet lang genoeg geleefd heeft om die kennis op te doen.

Een goede popjournalist heeft dus veel kennis, en een goede popjournalist kent een grote mate van onafhankelijkheid. Hoe afhankelijker, hoe neutraler, veiliger en zoutelozer z’n teksten. Mijn favoriete popscribenten hebben dus enorm veel kennis die ze koppelen aan een grote mate van onafhankelijkheid. Als ze ook nog mooi schrijven dan neem ik dat als bonus erbij. Als ze dan ook nog de muziek gebruiken om mooie inzichten te geven over Het Leven dan ben ik helemaal blij. In deel 2 stel ik er een aantal voor.

13 Reacties op “De Popjournalist (deel 1)

  1. Howdy,

    Volgens moi-dit-le-fou is de smaak van de popjournalist wel iets belangrijker dan dat jij hier stelt. Ik zou ook graag de smaak van de journalist in een recensie lezen, maar dan gewoon met de vermelding dat ’t een smaak-kwestie is erbij. Ik denk nl dat de smaak altijd het keniis-gerelateerde oordeel beinvloedt en dan weet ik dat liever.

    grEvert

    • Klopt, smaak en kennis zijn nauw met elkaar verbonden. Maar in relatie tot elkaar, binnen de context van de popjournalistiek, vind ik smaak het minst belangrijk. Vanuit smaak ontwikkelt kennis zich natuurlijk; je bent geïnteresseerd, doet daarom kennis op, bijv. omdat je benieuwd bent of er in de buurt nog mooiere vrouwen wonen. Als een journalist veel kennis heeft op een bepaald gebied kun je er van uitgaan dat hij dat thuis ook graag draait. En als jij kennis opbouwt over een specifieke popjournalist krijg je een betere mening over hem.

  2. Jouw ideale popjournalist is dus iemand die een cd van Moke positief bespreekt omdat de lezer dat nu eenmaal wil lezen? Leve het internet dat ons steeds meer van dat juk van ‘objectiviteit’ bevrijdt. Geen boze adverteerder of uitgever meer, alleen nog lezers die wellicht afhaken. Ik was erg fan van de Subjectivisten in hun hoogtijdagen. Ik lees veel liever een sappig verhaal met een sterke eigen, onderbouwde, mening, dan een zoutelose niemand-tegen-de-schenen-schoppen-recensie.

    • Peter, weet niet of je dit te snel gelezen hebt of dat ik onduidelijk was. Het eerste deel is iig een poging om een algemeen beeld te geven van hoe een popjournalist werkt en hoe iets als on/afhankelijkheid en context daarbij een rol spelen. Volgens mij geef ik aan dat dat de kwaliteit meestal niet ten goede komt. Mijn ideale journalist staat beschreven in de laatste alinea: onafhankelijk, een mening, mooi schrijvend, en een boodschap. Volgens mij is dat jouw idee van een goed popjournalist. (Het woord objectief heb ik trouwens nergens gebruikt.)
      In deel 2 en 3 ga ik daar op door waarbij het al snel over fanzines gaat. Die hebben voor mij eenzelfde rol gespeeld als de Subjectivisten (die deels ook een verleden hebben als blaadjesmakers) voor jou. Volgens mij komt het helemaal goed.
      Overigens verschilt het web niet van het oude systeem als het gaat om sites die al dan niet on/afhankelijk zijn. Het is alleen makkelijker het alternatief te vinden; ik moest soms lang wachten (en betalen!) voor mijn zines, maar ook pre-web was de info gewoon vrij te vinden. Twee kasten vol heb ik, uit alle delen van de wereld.

  3. Het was vooral een reactie op ´Kennis staat centraal, smaak laat de popjournalist thuis.´, dat las ik als een voorwaarde voor het zijn van een goed popjournalist. Te snel gelezen dus.

  4. Ah. Is ook iets te hard gesteld. Nuanceer het later ook zelf al weer.
    Was trouwens ooit zelf Subjectivist. Weet alleen niet waarom ik nooit 1 artikeltje geschreven heb?! Was een beetje vage tijd voor me.

  5. Ach ja, de Subjectivisten. Daar kwam uiteindelijk toch ook niet veel uit. Helaas. Goede popjournalistiek is meer dan een aardig verhaal kunnen vertellen, goed kunnen citeren of allerlei filosofen in bijzinnen proppen. Maar goed, ik ben erg benieuwd naar de komende delen.

    Overigens schreef ik een paar jaar terug nog een artikel over de popjournalistiek op het web en waarom deze identiek was (en nog steeds is) aan die in papieren bladen.

    Hier een link:
    http://networkcultures.org/wpmu/krant/iedereen-kan-schrijven/

    • Waren we samen Subjectivisten Theo? Bij mij kwam er dus helemaal niets uit, dus ik zeg niets.
      Die link ga ik bekijken nadat ik deel 2 geschreven heb. Maar ik zie ze graag komen, ken alleen Anglo-Saksische schrijvers over schrijvers.

      • Nee, niet samen. Zat er vanaf de oprichting twee jaar (misschien iets korter) bij. In het eerste jaar vertoonde mijn relatie met de andere Subjectivisten al serieuze barsten. Maar in potentie had het iets kunnen worden.

  6. Goede analyse Paul. Ben ook benieuwd welke popjournalisten buiten de door jouw genoemde criteria vallen…

  7. Ik zat ook bij de oprichting… Gevraagd door Arien (waar ik destijds radioprogramma Hartkramp mee maakte voor OOG radio). Maar dus nooit een letter. Had meer iets te maken met geen affiniteit en kennis met het web (geloof het of niet).

  8. Wat ik in je betoog mis, is of het ook een beetje lekker opgeschreven kan worden. Stijl sla ik hoger aan dan kennis. Fauten als een verkeerd jaartal, een verkeerd gespelde naam of lokatie maken we allemaal wel eens. Het is verleidelijk om iemand daar op af te rekenen (soms moet dat ook), een artikel dat leest als een knollenveld vind ik vele malen erger. Iets anders: het bestaat niet dat je een demo, cd of andere geluidsdrager voor medium X gunstig, en voor medium Y ongunstig bespreekt. Joost Zwagerman heeft ooit Volkskrant-recensent Arjan Peters, die zich aan zulke praktijken schuldig maakte, even terecht als genadeloos aan de schandpaal genageld. Dat je smaak verandert naarmate je van meer en verschillend fruit eet, is ook maar tot op bepaalde hoogte waar. Er zijn diverse onderzoeken geweest die aantonen dat je toetssteen wat muziek betreft ontstaat rond je 16e-17e.

    • #Guuzbourg Invalshoek is vooral hoe en waarom popschrijvers keuzes maken. Of; hoe ik dat doe. Maar stijl is inderdaad belangrijk middel om de inhoud te brengen. Als lezer ligt mijn voorkeur bij kennis. Als schrijver dus ook. Ik geef de voorkeur aan historisch perspectief, referenties, muzikaaltechnische info, e.d. boven jaartallen en zo. Tip ik a/h eind even aan.
      Ik blijf bij mijn mening over X en Y. Een voetballer kan in de derde klasse wekelijks uitblinken, bij Ajax is hij wekelijks de slechtste. Dezelfde voetballer, twee verschillende beoordelingen. Geen alledaagse praktijk natuurlijk (ook beginnende bands zul je niet snel tussen de toppers in OOR zien staan), maar een voorbeeld voor hoe dit mechanisme werkt. Benieuwd of Joost Zwagerman ook bij een lokale demorubriek eenzelfde strijklat hanteert?
      Ik herken de uitkomst van die onderzoeken om me heen. Meeste mensen diepen hun smaak vanaf dat moment wel verder uit, maar veel rek in de breedte zit er niet meer in. Ik ben blijkbaar een uitzondering waarop die onderzoeken niet van toepassing zijn. Vanaf m’n 18de begon het juist. Eerst diepte in, daarna breed. En weer diep. Etcetera. Een groeiende ontevredenheid over wat me ‘aangeleerd’ was in de jaren daarvoor maakte me steeds fanatieker. Openstaan voor het opdoen van nieuwe kennis bepaalt uiteindelijk mijn smaak, wat in feite een momentopname is. Dat is het resultaat van mijn persoonlijke onderzoekje. Misschien grijp ik wel steeds weer terug op melodieuze liedjes, de muziek van mijn jeugd. Als dat ‘de toetssteen’ is zou dat kunnen kloppen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s