De Popjournalist Deel 2

payola

Context en doelgroep spelen dus een grote rol bij de keuzes die popjournalisten maken. Eindredacteuren, adverteerders, publiek, en vooral geld en broodwinning hebben invloed op (on-)afhankelijkheid en vrijheid. De popjournalist heeft een ander petje op dan de fan. Dat leidt tot veel verwarring. Fans denken dat het hetzelfde smaak-petje is wat ze zelf op hebben, terwijl de popjournalist primair vanuit kennis schrijft.

Ik heb een behoefte om duidelijkheid in die verwarring te scheppen. Kennis en smaak lopen door elkaar. Dat zal altijd zo zijn, objectiviteit versus subjectiviteit. Maar het is alsof in pop, vergeleken met andere kunstdisciplines, de boel wat minder in balans is. Popjournalisten berijden vaak persoonlijke stokpaardjes. En muziekfans zijn als ze de deur uitstappen snel zelf een soort popjournalist, waarbij de favorieten ineens binnen allerlei criteria en popgeschiedkundige contexten worden gepropt. De kennis om dat op een goede manier te doen ontbreekt echter bij de gemiddelde muziekfan. Er wordt daarom veel langs elkaar heen geluld als het om muziek gaat.

Het is echter verdomd moeilijk om dat allemaal helder en simpel in een blogje te verwoorden! Misschien moet ik het daarom op dit punt -hoe frustrerend ook, want ik kaart iets aan zonder het uit te diepen- maar bij de opmerkingen in deel 1 houden. Of er eens een boek over schrijven, met honderden nuances. Maar muziekboeken schijnen niet te verkopen tegenwoordig, tenzij het een mensenverhaal over Dylan of Dinand is.

Dat is ook de invalshoek die de meeste popschrijvers kiezen bij artikelen. Dat gaat vaak nauwelijks over de muziek zelf, maar eerder over de beroerde jeugd, de heibel met bandleden en labels, of het liefdesverdriet van de popster, die ondanks alles toch zo gewoon is gebleven. Dat vinden de mensen achter het scherm van de popjournalist goed; human interest spreekt een breder publiek aan, goed voor de verkoop.

Kurt, en Daniel Johnston

Daarom lees je bijvoorbeeld als Nirvana doorbreekt nauwelijks iets over hun hardcore/postpunk-invloeden uit de eerste helft van de jaren 80. Of over de mix van hardrock en hardcore in grunge. Als de koppen van Guided By Voices, Sebadoh en Pavement boven het maaiveld van duizenden andere gelijkgestemde geesten uitsteken blijft verder onbesproken dat ze niet de enige bands zijn die de magie van het D.I.Y-hometapen ontdekt hebben. Die breken vervolgens niet door, zodat het lijkt alsof de genoemde bands een soort losse flodders zijn die zo nu en dan uit de undeground op Jan Publiek worden afgeschoten. Dat ze bijvoorbeeld, net als uw IJE-scribent, ‘iets’ hebben met kiwirock blijft al helemaal onbesproken, en dat vind ik uit strikt persoonlijk oogmerk nou echt jammer. Het is alsof de doos van Pandora dicht moet blijven (daar kan ik een leuk conspiracytheorietje op los laten…). Zelfs in Dylan-artikelen vallen de namen van Karen Dalton of Fred Neil nauwelijks, terwijl er toch minstens twee coverartikelen per maand van ome Bob in de kiosk liggen. Enzovoort.

Een goed beeld van de popgeschiedenis geven al die popjournalisten daarom niet. De gemiddelde Nederlander kan bijvoorbeeld nauwelijks twee andere Amerikaanse (hardcore-)punkbands noemen naast The Dead Kennedies. Het draait allemaal al decennia lang rondjes om de heilige huisjes heen, er wordt nauwelijks een relatie gelegd tussen mainstream en underground. Goed beschouwd schrijft de popjournalist vaak niet eens over muziek. Zelfs in recensies worden zaken als compositie, melodie, harmonie of geluid meestal onderbelicht. Een beetje geschiedenis, wat referenties, de actuele stand van zaken over succes (of het uitblijven daarvan) en een waardering; dat is in een notendop een gemiddelde recensie.

Het is natuurlijk ook gewoon maar net waar je van houdt als lezer. Een goed geschreven human interest-popverhaal moet ook geschreven worden. Sommige journalisten kunnen dat goed. En ik generaliseer. Maar het is die popjournalist, laat ik hem de mainstreampopjournalist noemen, die ik hier kort heb beschreven. Nog korter: het is popjournalistiek die altijd een relatie heeft met geld. En geld, we weten het allemaal, heeft alles te maken met (on-)afhankelijkheid. Maar er is ook een ander soort popjournalist.

fanzines

Ik krijg  de indruk dat menigeen denkt dat er pas sinds de komst van het internet een alternatief is voor mainstreampopjournalistiek, in de vorm van sites en weblogs. Maar ook pre-web was er al een soort parallelle wereld van blaadjesmakers en schrijvers. Fanzines heetten de weblogs van toen. Blaadjes waarin fans schreven over hun favoriete muziek. Die hadden ook gewoon een commentaar-mogelijkheid in de vorm van een brievenrubriek. Achterin stonden de links; adressenlijsten met like-minded spirits. Het web is een mooi ding met prachtige mogelijkheden. Maar kom bij mij dus niet aan alsof het Ei van Columbus is ontdekt dat ons eindelijk heeft verlost van het juk van de mainstream popbiz. Ook vroeger kon je kiezen voor een alternatief. En kon je de wereld ontdekken.

Het knippen en plakken is nu wat gemakkelijker, en je hoeft niet meer lang te wachten tot je met een duur betaald importblaadje thuis op de bank zit. Maar dat er destijds drempels waren om een blaadje te maken en te kopen was ook een voordeel; het scheidde het koren van het kaf, c.q. de liefhebbers van de meelopers. Je moest er wat voor doen, en dat was al een prima filter voordat je zelf ging filteren. Er was ook sprake van een filtering vooraf. Om de info in die blaadjes op waarde te schatten ging je kijken naar de bron: de maker(s). Wie is het? Heeft hij kennis (opgedaan vanuit liefde voor muziek)? Hoe afhankelijk is het blad van geld?

In die wereld, die niet beperkt bleef tot Nederland en Engeland, vond ik mijn favoriete popjournalisten. Paradoxaal genoeg waren of zijn dat meestal hobbyisten. Maar daar zit, dat hoop ik toch duidelijk gemaakt te hebben, ook een logica in. In deel drie, dat snel verschijnt hier op I Jam Econo, duik ik dan echt in de wondere wijde wereld van de fanzines en hun popschrijvers.

2 Reacties op “De Popjournalist Deel 2

  1. Er is wat mij betreft nog een derde soort popjournalist. Eentje die focust op de band, de muziek in het muzikale landschap, in de omgeving, de maatschappij.

    In Duitsland en Engeland wordt die vorm vaker bedreven. Simon Reynolds is daar een voorbeeld van. In plaats van diep in de muziek zelf, of in het leven van de artiest te duiken, plaatst hij de muziek in een sociologische context.

    Ook die vorm van popjournalistiek tref je niet vaak in Nederland. Helaas.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s