De Popjournalist Deel 3

Een popjournalist heeft van z’n hobby z’n werk gemaakt. Hij schrijft in opdracht en is als doorgeefluik tussen platenmaatschappij en fan een belangrijk onderdeel van de muziekindustrie. Fanzines, de weblogs van toen, werken op hobby-basis. De makers zijn hun eigen baas, ze creëren hun eigen context, ze werken in alle vrijheid, en ze hoeven niet over slechte muziek te schrijven (en doen dat dan ook zelden). Dat er fysieke en financiële drempels waren voor fanzinemakers vroeger, vergeleken met hedendaagse bloggers, zie ik als voordeel; het scheidde het kaf van het koren en garandeerde daarom een hogere algemene kwaliteit.

Fanzimemakers (en bloggers) zijn logischerwijs minder afhankelijk dan hun beroepscollega’s. Hun ‘werkgebied’ heet niet voor niets het onafhankelijke circuit. Er wordt geschreven vanuit de liefde voor een artiest of een genre. Vanuit die liefde ontstaat kennis. De meeste fanzineschrijvers hebben een minder ontwikkelde algemene muziekkennis dan de broodschrijvers. Daar staat een beter ontwikkeld specialisme tegenover.

Ook deze hobbyisten worden beperkt in hun vrijheid en onafhankelijkheid. Gratis muziek in de vorm van promo’s en een soort sociale schrijfdruk (er bij willen horen) zijn factoren. En ook fanzines hebben advertenties. Bovendien moet de oplage wel verkocht worden om een volgende issue te garanderen. Sommige fanzineschrijvers hebben bovendien ambities om professional te worden, wat maakt dat er een ander petje opgezet wordt. Schrijftechnisch heeft de gemiddelde fanzinepopjournalist minder te bieden dan de gemiddelde beroepsschrijver (die dat acht uur per dag doet).

Ze werken onafhankelijker, maar ook fanzinemakers zijn onderdeel van de machinerie, zoals underground en mainstream met elkaar verbonden zijn. Misschien dat het nu meer dan ooit twee parallelle werelden zijn (underground en alternative zijn twee verschillende dingen wat mij betreft), maar pre-internet braken regelmatig bands en genres door via de underground naar de mainstream. Die underground waar fanzines de schakel waren tussen band en fan. Er werd behoorlijk heen en weer gekat, maar er was tegelijkertijd sprake van een win-win situatie; Sub Pop brengt nu nog steeds platen uit van de royalties van Nirvana, Geffen kreeg een band met een basis en hoefde die ‘alleen maar’ uit te bouwen.

Het netwerk van fanzines, waar men zich minder bekommerde om de verkoopwaarde zodat nieuwe geluiden als eerste werden opgepikt, speelde dus jarenlang een vitale rol. Voor de muziek, voor mij persoonlijk, als oasis van informatie, onbevuilde informatie. Die mocht zelfs in slecht geschreven stukken op gekopieerde blaadjes tot me komen, zeker als ze me bedienden in mijn eigen specialisaties. In de jaren 80 en 90 was er sprake van een vloedgolf aan zines. Natuurlijk met grote verschillen in kwaliteit. Zoals dat met alles het geval is, is het een kwestie van selecteren en filteren. Er zijn overigens nog veel meer invalshoeken te bedenken over het onderwerp fanzines, maar ik beperk me tot de muziek.

Ik trok een aantal zines uit de kast die me destijds door de wilde wereld van de underground geleid hebben. De bladen die er uit sprongen blonken paradoxaal genoeg uit door een brede kennis van zaken. Geschreven door mensen die vanuit die kennis stukken schreven die zich met het niveau van de officiële broodschrijvers konden meten of daar zelfs bovenuit stegen. De grens tussen een  fanzine en een muziekblad vervaagde daardoor, zoals een aantal fanzineschrijvers ook broodschrijver waren of werden (wat andersom ook het geval is).

Daarom neem ik nu een random trip down memorylane, een lofzang op het fanzine, met korte toelichtingen. Het is een lange lijst, en als ik her en der een zine vergeten ben dan komen die later nog wel aan bod, hier bij IJE. In De Popjournalist Deel 4 ga ik verder met popliteratuur en de heilige huisjes der popjournalistiek.

Forced Exposure (VS)

Breder en dieper dan alle anderen, Forced Exposure. Bijna 20 issues. Naslagwerken. Unieke schrijfstijl. Brutale wij-weten-het-beter-toon. Wat ook zo was. Steve Albini en Lydia Lunch in het schrijfteam, maar FE was vooral Jimmy Johnson en Byron Coley. Muziekfreaks, verzamelaars. Coley werd broodschrijver voor The Wire, Spin, Uncut, etc. Maakt videoblogs met Thurston Moore. FE is nu een webwinkel met een al even breed en diep aanbod in modern spul en gouwe cultouwe: Forced Exposure

hayfever

Hayfever (D)

Kwam op in de hometape/lo-fi periode rond 1990. Veel kennis, lange lappen tekst (typisch Duits?), diepgang, neusje voor nieuwe ontwikkelingen en genres. Elk issue met een vinylsingle. Tegenwoordig een digitale versie: Hayfever

yourflesh

Your Flesh (VS)

Mooie look, in your face/tongue in cheek– teksten, breed aanbod van undergroundcultuur, muzikaal de nadruk op dat wat hard rockt (hoek Sub Pop, Amphetamine Reptile, punkrock). Op het web helaas behoorlijk uitgeklede versie van wat vroeger een standaardje was: Your Flesh

conflict

Conflict

Blad van Matadorman Gerard Cosloy. Zelfde cynische fuck you-toon als FE. Non-layout, maar veel kennis, to-the-point schrijfwerk, vermakelijk en informatief.

superdope

Superdope (VS)

Jay Hinman’s Superdope. Voorkeur voor elementair en primitief rockend werk. Kent z’n klassiekers, is een voorbeeld. Fanatiek blogger. Ga kijken, scheelt hier woorden: Detailed Twang en Agony Shorthand

Popwatch (VS)

Indierock in alle maten en standjes, voorkeur voor kiwirock. Lesley Gaffney was een van de weinige dames in het fanzinegeweld. Schreef met passie en enthousiasme. Mooi team van schrijvers om haar heen, zoals James McNew (Yo La Tengo), die ook z’n eigen zine had (And Suddenly), en Lou Barlow. Bill Meyers mag ook genoemd worden, werd later broodschrijver. Lesley breidde haar team uit met ex-Doornroosje programmeur Frank van den Elzen: beide zijn tegenwoordig married with kids!

chemical imbalance

Chemical Imbalance (VS)

Soort neefje van FE, alhoewel er een soort oorlog aan de gang leek tussen beide ‘kampen’. Bij Chemical Imbalance was dat in feite maar 1 man, Mike McGonical. Koppelde kennis over een zeer breed spectrum aan een persoonlijk verhaal, waardoor CI soms als een soort dagboek las. Sprak me destijds erg aan. Mike werd ook popjournalist (oa. Pitchfork), en heeft nog van alles om handen: Yeti

Dit interview over z’n CI-tijd kwam ik net van hem tegen.

Butt Rag (VS)

Simpel zine (interviewtje, ladingen reviews), maar zeer informatief. Peter Margasak en co. stuurden me wat meer de experimentele/jazz-kant op. Logisch wellicht, met Chicago als thuis.

Pure Filth (VS)

Ah, Pure Filth… Pareltje in zineland, met die eenzijdig bedrukte, bij elkaar geniete pagina’s, die ongezouten meningen, die opgestoken vinger naar alles en iedereen! Komt uit de Mummies/Supercharger/Rip-Off/San Francisco-hoek, dus dan weet je wel wat de toon is. Plaatje hier is van de Gay Edition.. Valt totaal uit de toon in deze lijst, maar ik heb teveel lol gehad met deze mannen om ze te negeren.

MaximumRock'n'Roll (VS)

(Hardcore-)punklijfblad. Je kunt enorm zeiken over MRR, over moraalridders met opgeheven vingertjes, over oogkleppen en vernauwde geesten, maar ondertussen wel gewoon al drie decennia de motor van de DIY-punkmachine. Met een oplage van 70 duizend (destijds) een impact waar elke blogger of site voor zou tekenen. Hun brievenrubriek is het forum avant la lettre. Moesten vanwege het toenemende aanbod aan punk de knoop doorhakken over de koers: punk als muziek of punk als houding? Het werd het eerste. Gaan gewoon door, de teller staat op 300+ issues: MaximumRock’n’Roll

Flipside (VS)

Broertje van MRR, nadruk wat meer op rock’n’roll, fun. Interviews, scenereports, brieven en reviews: Flipside

Punk Planet (VS)

Punk als muziek is de hoofdmoot, maar punk als houding is minstens zo belangrijk bij Punk Planet. Vooral interessant door de artikelen en interviews, met ‘de alternatieve leefstijl’ en punk als subcultuur als invalshoeken. Destijds ook gewoon een oplage van 16 duizend, 80 issues.

CMJ (VS)

Soort Pitchfork avant la lettre. Hoewel nauwelijk zine maar meer een regelier kioskblad, toch even noemen. CMJ Monthly verzameld als het ware wat 500+ collegeradiostations in de VS bezig houdt. Daarom is het een mooie staalkaart van wat er in Indieland leeft. Een hele CD bij elk issue maakt het extra handig om ‘overzicht’ te houden. Maar de onafhankelijkheid is natuurlijk danig in het geding hier met zoveel biz-invloed! CMJ

Option (VS)

Net als CMJ was Option een volwaardig muziekblad met een vergelijkbare indie-inhoud. Maar het begon ooit ook klein, om samen met Sound Choice aandacht te schenken aan de opkomende DIY/tape-scene. Prima popjournalistiek in de eindfase, met een mooie balans van groot en klein.

Ptolemaic Terrascope (UK)

Uit de as van Bucketfull Of Brains verrees Ptolemaic Terrasope. Mede gefinancierd door Nick ‘The Bevis Frond’ Saloman trekken Phil McMullen en co. nu al jarenlang deze kar, die vooral voert langs oude- en nieuwerwetse retrorock. Psychedelica, garage, home-tapers, weird America(na), die hoek. McMullen heeft kennis, smaak en een plezierige schrijfstijl. Nostalgie koppelen aan het nu, en de blik richting toekomst, dat verdient respect: Ptolemaic Terrascope

Puncture (VS)

Mooi verzorgd blad met goede interviews en dito reviews. Rootsy indierockhoek, de Amerikaanse versie. Bijna 50 issues, een paar per jaar.  Laatste nummertje was 47, met Sleater-Kinney, Matmos en Aislers Set op de voorkant.

Bananafish (VS)

De wondere wereld van Seymore Glass. Een andere benadering van het fenomeen popschrijverij van deze mindfucker eerste klas. Hoog wotthefuckisdit?-gehalte. Noise, experimenteel, avant-garde, whatever. Probeer nu nog de puzzelstukjes die Bananafish me bood in elkaar te zetten… Wel mooi m’n eerste introductie met de Japanse noise-scene. De andere kant van kiwirock (Dead C., Xpressway) kende ik al.

Next Big Thing (UK)

Lindsay Hutton staat ook hoog in m’n lijstje favoriete schrijvers. Midden jaren 80, rockende Aussies en Scandinaviërs rukken op, samen met de altijd aanwezige Anglo-Saksische invasie van elementaire rockers. Hutton deed verslag in z’n handgeschreven (!) prachtblad. Ook hier weer geen spectaculaire visuele fratsen, maar gewoon pagina’s info, geschreven met een passie. Ook Cramps-fan Hutton rolde door, richting Mojo en andere ‘echte’ bladen. Met Next Big Thing zweeft hij, net als ons allemaal, ergens op het web rond: NBT

Rebound (NL)

Duik binnenkort op de muis voor een oude doos-verhaal over label Rotten Windmill en vriend Paul R., die ruim 15 jaar geleden een belangrijke rol speelde om Nederland de blijde lo-fi boodschap te brengen. Rebound is het blad dat hij uitbracht vlak voor hij een r’n’r-burnout kreeg. Simpele formule: interviews en recensies. Paul was goed in het vissen van de krenten uit de pap. We zien ook @peterbruyn op de R-pagina’s trouwens, net als @PaulSchwarte…

Wipe Out! (VS)

Ah, muzikanten met fanzines. Eric Friedl’s hobby naast The Oblivians en voordat hij Goner Records begon. In die hoek zit z’n mag, maar pas op, Friedl mag thuis ook graag een bak freeform noiserock opzetten. Hij heeft een vermakelijke schrijfstijl, waarbij hij zich zoals zoveel collega’s vaak verwonderd over, en van daaruit kritiek levert op, de ‘normale’ popwereld. Ook hij heeft genoeg kennis om ‘m als popjournalist serieus te nemen.

The Big Takeover (VS)

Jack Rabid is een klein heilig huisje in fanzineland. Kom ‘m nog regelmatig tegen als hij ergens een interview geeft over de goede ouwe tijd. Z’n smaak en kennis zijn veelomvattend, maar The Big Takeover (de naam komt natuurlijk van een songtitel van de beste live-band ooit, Bad Brains) ging vooral om punk, wave en indierock. Jack is tegenwoordig ‘editor & publisher’ (lees ik op z’n Facebook). Ook hij draait rondjes op het web: TBT

Disaster (VS)

Nog meer muzikanten die in de pen klimmen. In Disaster lezen we wat een jonge Bill Callahan zoal bezig houdt. Het zal je niet verbazen dat z’n schrijfsels eenzelfde toon hebben als z’n muziek. Dat is ook hier geen supervrolijke toon, maar altijd is er die fijne cynische humor die de balans bewaart. Net als bij Smog dus. Bill was zo’n fanzinemaker van de persoonlijke aanpak; geen echte koers, maar gewoon over de wereld om je heen schrijven. Als lezer stap je die wereld binnen. Dat was wel raar toen ik ‘m destijds boekte in Simplon trouwens. Daar zit je dan met een man waar je, zonder dat hij dat weet, best veel vanaf weet. Maar mooi dat het zo goed gaat met Bill.

Speed Kills (VS)

Je fanzine vernoemen naar een track van de NZ-se noiserockers Dead C, dat scoorde bij mij destijds punten. Speed Kills steeg boven de meute uit door de mooie selectie spannende bands. Ook in die jaren 90 moest je al goed zoeken om het kaf van het koren te scheiden, SK was een prima gids.

BB Gun (VS)

Ook Bob Bert, ooit drummer bij Sonic Youth, Pussy Galore en Chrome Cranks, had de behoefte om zijn belevingswereld in een mag te stoppen. Vooral visueel is BB Gun een spektakel. En Bob kent z’n klassiekers. Kijk zelf maar hoe dat er uit ziet: BB Gun

Cool Beans (VS)

Cool Beans was inhoudelijk zo’n typisch jaren 90 mag, met veel aandacht voor alles wat indie-rockt. Extra punten geef ik voor vormgeving en het bonussingletje/Cdtje dat bij iedere issue zat. Of zit?: Cool Beans

Ablaze! (UK)

Nooit echt een grote fan geworden van Ablaze!. Was het de toon, dat typisch Britse arro-taaltje? Of ben ik toch wat minder GB-georiënteerd dan bijvoorbeeld de gemiddelde Nederlander? Toch staan die twee issues die ik heb vol prima info. Bruikbaar ook, als je de Britse scene niet zo fanatiek volgt. Bovendien zaten er fijne singles bij. Vandaar.

Bucketfull Of Brains (UK)

Voorloper dus van Ptolemaic Terrascope. Cover zegt genoeg over de inhoud denk ik. Hier lazen we voor het eerst over REM, Paisley Underground en gitaar- en garagerock. Kwam altijd met een leuk singeltje. Vooral informatief blad dus, zonder verdere boodschappen, filosofieën, et ceterera.

Wind-Up (VS)

Naast Lesley Gaffney was Liz Clayton een andere vrouwelijk fanzinemaker. Beetje dezelfde Popwatch-hoek ook. Goed geschreven artikelen en reviews, mooi vormgegeven blad. Liz schrijft tegenwoordig professioneel en doet ook iets in de uitgeversbranche.

Bazooka! (B)

Tom uit België, met een prima zine vol elementaire rock. Een specialist, met daarom kennis en een neusje voor dat wat net onder de radar zit. Naast Bazooka moet ik natuurlijk ook nog even Another Fine Mess en Pitsbull noemen als Belgische zines die ons lagelanders lieten weten dat er leven is naast dEUS en de Antwerpse scene.

Alley Oop (NZ)

M’n eigen persoonlijke bijbeltje, afkomstig uit en (bijna) geheel gericht op NZ. Zeg niet dat je pre-web de muziekwereld niet kon ontdekken.

2 Reacties op “De Popjournalist Deel 3

  1. Grootste afwezige in de lijst lijkt me Away From The Pulsebeat, van Art Black en Monica Dee. Art kon schrijven! Net als Byron Coley dus bijvoorbeeld.
    Mike McGonigal stelde oa recentelijk die geweldige gospel 3-cd Fire In My Bones samen en schreeft het bijbehorende boekje.
    Daarnaast moet natuurlijk nog genoemd worden Kicks! Wat mij betreft het allerbeste en meest inspirerende blad ooit. Betaalde ooit $100 voor de eerste 2 nummers.. om de collectie compleet te krijgen. Maar Kicks ging natuurlijk niet over moderne bands. In plaats daarvan bracht het de wereld der opwindende rock & roll in kaart.

    • Kijk, daar gaan we al! Dat zijn inderdaad twee beste missers. Had ik toch die kast in m’n rommelkamer ook nog even overhoop moeten trekken… Black To Comm mag er ook nog bij. Ik wacht op nog meer missers hier en ga er dan nog eens voor zitten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s