Miles Electric

Weer een oude Bonus Footage, geschreven destijds voor de Vera Krant. Behoorlijk bijgewerkt voor I Jam Econo trouwens (poeh, dat was geen best geschreven stuk, misschien nog steeds niet…?)

Twee dingen: Het schijnt dat Nederlanders een zeer slecht historisch besef hebben, en dat met name jongeren na maximaal 50 woorden ophouden met het lezen van een artikel. Nou, dan kan ik dus wel ophouden met deze rubriek! Nog een zin of twee, drie van dit geschiedkundige rubriekje, en jij -waarde lezer- bent al weer weg, op zoek naar nieuwe info. Maar ik veeg persoonlijk mijn spreekwoordelijke reet af met deze wetenschap. Het maakt dit keer ook geen moer uit volgens mij, want we gaan het hebben over jazz. Yes! Via mijn TV-scherm toetert Miles Davis de huiskamer in. “Miles Electric: A Different Kind Of Blue” is de titel van een in 2004 verschenen film die op dit moment in de DVD-speler zit.

Behoorlijk braakliggend terrein voor mij, jazz. Ik ga generaliseren (anders wordt het mij hier zelfs te lang…), maar pop en jazz liggen best ver uit elkaar. Popbands oefenen dezelfde nummers totdat ze ‘erin’ zitten, jazzmusici improviseren, bij voorkeur zonder te repeteren (want anders is het geen improviseren meer). Bij pop wordt rond een zanger en een zangpartij gewerkt, jazz is vaak instrumentaal. Techniek is bij pop niet superbelangrijk, bij jazz haast voorwaarde. Pop is extravert, het grote gebaar, samen. Jazz is naar binnen gekeerd, draait vaak om details en kent een meer individuele beleving.

Kortom, beide hebben verschillende muzikale talen. Popliefhebbers hebben misschien een verdwaalde Coltrane of Miles Davis in de kast staan, jazzbo’s doen het met wat Hendrix, of tegenwoordig misschien een Radiohead. Maar dan houdt het denk ik wel op. Het zijn parallelle werelden. Het is dus logisch dat er onbegrip, of zelfs keiharde afwijzing ontstaat als een jazzartiest de crossover richting pop maakt. Enter Miles Davis.

Filmmaker Murray Lerner vertelt het verhaal van Davis (voor jonge, niet-afgehaakte geschiedenis-nitwits: een trompettist) als deze muzikale legende op het hoogtepunt is van z’n roem: een optreden op het Isle Of Wight festival voor een half miljoen mensen. Het is 1970, de hippies zijn aan de bal en jazzman Davis is populair. Nog niet eerder is er zo’n groot publiek voor een jazzmusicus.

Davis was al de man van “Kind Of Blue”, de best verkochte jazzplaat tot dan toe. Een plaat die als een engeltje in je oor piest met z’n prachtige melodietjes, herkenbare trompetriedeltjes en z’n beschaafde maar warme sfeer. Maar hij was zoekende. Vrouw Betty (weer helemaal hip tegenwoordig met haar sleazy funk) liet ‘m kennis maken met nieuw spul. Jimi Hendrix bijvoorbeeld. Davis besloot het grote taboe in de jazz te doorbreken; hij ging, zoals dat zo mooi heet -en zoals Bob Dylan dat een paar jaar eerder ook had gedaan- elektrisch. Destijds was die keus moeilijker dan nu, want tsja, elektriciteit was er domweg nog niet zo lang. De plaat “Bitches Brew” verscheen, om meteen als het spreekwoordelijke warme broodje over de toonbank te gaan. Het poppubliek omarmde Davis.

Critici uit het jazzkamp voelden zich echter in de steek gelaten door hun held. Sellout! Maar Davis vond dat deze puristen zijn zwarte kont konden kussen en zag alleen maar de nieuwe mogelijkheden. Hij koos voor muzikale vrijheid (“you have to know the rules to break them”), en misschien is het wel dit vrijheidblijheid-principe waarin ook het Isle Of Wight-publiek zich herkende.

Misschien rook Davis ook wel gewoon de poen? Maar inmiddels laat ik –jazznitwit en Davisleek- voor de derde keer de live-set van 37 minuten de kamer inlopen, en dat is gewoon genieten. Het genot neemt elke keer toe, net als de verbazing over het feit dat een half miljoen mensen destijds naar een behoorlijke trip vrije jazz luisterden. Dat zijn geen engeltjes meer die daar piesen! Goed, de groove is er altijd (met mensen als Keith Jarrett en Chick Corea in de band zit dat wel goed), maar er komt toch een beste partij piep-knor uit de speakers. Geeft maar weer eens aan dat ‘ontoegankelijk’ een subjectief begrip is.

Het optreden staat centraal in de docu, die verder heel mooi laat zien wat er bij mensen gebeurt als andere mensen afwijken van het ‘normale’ pad, als grenzen verlegd worden, als er gemorreld wordt met verwachtingspatronen. We horen de afkeuring van een jazzcriticus en zien diens twijfel en  interne strijd ook letterlijk in beeld. Er is ook aandacht voor de aanvankelijke verbazing en onzekerheid van Davis’ bandleden, als die hen verteld dat de koers gewijzigd wordt. Later, als de grootmeester hen de weg geleid heeft, maakt dit plaats voor algehele toewijding.

Tijdgenoten als Carlos Santana en Joni Mitchell herkennen zich in de strijd en de zoektocht van Davis. Ook bij mij is er herkenning. Ik ken popmuzikanten die de crossover richting jazz gemaakt hebben. Zo kan ik me Tortoise en het geweldige Mice Parade herinneren in de zogeheten postrock-periode in de jaren 90. Dat werd als ‘fusionjazzgeneuzel’ door menigeen in het popkamp afgekeurd. Het is van alle tijden dat, als er grenzen verlegd worden, er onbegrip en afkeuring ontstaat. Dat universele thema maakt deze docu actueel, ook al gaat het over een dooie ouwe lul. Dat het verder puur over muziek gaat, en bijvoorbeeld niet over Davis’ bewogen prive-leven, met een prominente rol voor al z’n bandleden, maakt “Miles Electric” alleen maar actueler.

Een duidelijke invalshoek is heilig, dat weet elke goede documentairemaker. Technisch is het smullen wat Lerner ons voorschotelt. En er is bonus footage: 20 extra minuten interviews. We horen de meester zelf overigens nauwelijks. Maar op de vraag of hij nou pop of jazz maakt was Davis destijds duidelijk: “Call it anything”. Niet voor niets werd dat de titel van het live-stuk, daar op dat eiland.

Bekijk hem, je weet maar nooit waar het goed voor is. Mij rest je te bedanken voor het uitlezen van dit lange stuk popgeschiedenis.

3 Reacties op “Miles Electric

  1. wow, ben geen davisleek (zelfs een enorme fan van al zijn periodes behalve de jaren 80), maar van het bestaan van deze dvd had ik geen weet. vooral zijn jaren 70 dingen dus, helemaal geweldig, er bestaat nauwelijks betere muziek. dank voor de tip!

  2. heerlijk optreden! Wight was behoorlijk uit de hand gelopen daarna, hekken werden gewoon omvergelopen voor meneer Hendrix. Die zou met Miles samen zijn gaan werken als zijn manager hem niet had laten vermoorden om z’n verzekerings centjes op te strijken. Of was het toch Nixon’s CIA die erachter zat, om alle hippie helden de mond te snoeren?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s