De Popjournalist Deel 4

Popmuzikanten hopen op een hit, een beetje popschrijver wil uiteindelijk gewoon een boek schrijven. Fanzines, glossy’s, blogs, sites, allemaal leuk en aardig, maar ook vaak moordende deadlines, te weinig woorden en zeurende eindredacteuren. Factoren waar je wat minder last van hebt als je aan een boek mag beginnen.

De schappen staan vooral vol met bio’s van heilige huisjes. Voer voor fans. Van mijn helden bestaan nauwelijks bioboeken. Het zij zo (zei hij met een hongerig gevoel). Mij interesseren bio’s niet heel erg. Soms vind je er een die ook een breder verhaal vertelt, als er bijvoorbeeld een tijdsbeeld gegeven wordt. Dan wordt het al interessanter. Maar ik hou vooral van boeken over de muziekindustrie en (vergeten stukjes) popgeschiedenis. Of van boeken vol theorieën en filosofieën over de achtergronden van popmuziek. Naslagwerken en encyclopedieën: altijd goed. Blijkbaar is dat specialistenwerk, want ze staan hier in Groningen nauwelijks in de schappen.

Dat is dus een kwestie van bestellen. Soms heb je geluk…De aanleiding van het schrijven van deze x-delige serie is een boek dat ik vond in een 2de handsrommelzaakje. Zoals veel beroemde bands zwarte gaten zijn (“euh, Radiohead, ja nee, daar ga ik binnenkort eens serieus naar luisteren…”), zo was het heilige huisje in de popjournalistiek zo’n zelfde gat. Maar daar lachte Greil Marcus me zomaar voor €6,50 toe. Neem mij! Marcus is voor mij de Radiohead onder de popjournalisten. Een autoriteit, iemand die geen woord fout lijkt te kunnen schrijven. Als er mythische proporties ontstaan wordt ik altijd wat argwanend. Zelfs m’n therapeut weet niet precies waar dat vandaan komt. Maar het is zo.

Tussen de potten en pannen kon ik Marcus echter niet langer negeren. Bovendien koop ik nog niet heel lang popboeken. Fanzines en bladen deden jarenlang de truc, en ik ben niet de meest kapitaalkrachtige mens op deze wereld (ik woon zelfs in de op twee-na-armste wijk van Nederland, en dat is volkomen terecht!). Dus, dit was een welkome aanvulling op een hopelijk snelgroeiende collectie.

Ranters & Crowdpleasers

En dat terwijl “Ranters & Crowd Pleasers; Punk In Popmusic, 1977-92” voor mij inhoudelijk weinig nieuws oplevert. Het verhaal punk en popmuziek is mijn meest belezen onderwerp. Voor Marcus was punk destijds een openbaring, iets wat als een rode raad door het boek loopt. Maar ik was vooral benieuwd naar Marcus, de autoriteit, die op basis daarvan willekeurig welk onderwerp dan ook lijkt te mogen verpakken in pagina’s waar een harde kaft omheen zit. Dat is een beetje jaloersmakend. Maar onterecht is het niet, zo bleek toen ik het boek las.

De verbanden die Marcus bijvoorbeeld legt met andere genres en periodes zijn verhelderend. De techniek van het schrijven zelf ondersteunt ‘m daarbij. Alles is krachtig en helder geformuleerd. Maar het zijn vooral z’n inzichten, theorieën en gedachten die z’n popschrijverij werkelijk sterk maken.

Als schrijven over popmuziek verder gaat dan “die plaat is goed, koop ‘m!”, als popmuziek een kapstok wordt om filosofietjes aan op te hangen, als het naar zaken die van groter belang zijn getrokken wordt, dan krijgt het iets extra’s, dan blijft het actueel. Marcus laat in zijn verzamelde columns (helemaal een volwaardig boek is het dus eigenlijk niet, so be it) geen kans onbenut om breder en dieper te gaan dan het consumentgerichte schrijven van 99% van z’n collega’s. Collega’s die te maken hebben met de restricties die ik eerder heb omschreven. Dat is het voordeel van autoriteit; het levert een onafhankelijke positie op waarin alle elementen die de vrijheid kunnen beperken min of meer wegvallen. Een goede geest maakt daar geen misbruik van, die schrijft er mooie boekjes vol door. Marcus heeft natuurlijk wel eerst z’n tienduizend uur moeten maken, de autoriteit is ‘m niet in de schoot geworpen.

“In a world ruled by a language one refuses to speak (The Mekons) are a reminder there are still people one might want to meet.”

“When R’n’R no longer produces a version of itself worth banning, none of it will be worth listening to.”

Nou baseer ik m’n oordeel op basis van één werkje. “Lipstick Traces” wordt als z’n meesterwerk gezien. Maar dit smaakt naar meer. En naar Radiohead luister ik dankzij Kato intussen ook (zo af en toe).

Greil Marcus Wikipedia

2 Reacties op “De Popjournalist Deel 4

  1. En nu door naar de prachtige boeken van Roel Bentz van den Berg.

  2. Zal morgen even kijken in het 2de handsrommelzaakje.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s