Feel Like Going Home

Deze -zoals altijd taaltechnisch weer wat opgekrikte- Bonus Footage schreef ik in augustus 2008.

Met de klanken van Tinariwen nog rondspokend in m’n hoofd begin ik aan een nieuwe Bonus Footage. Gisteren, op Noorderzon, bedacht ik me weer eens hoe groot de invloed van de muziek uit Afrika was en is op ‘onze’ muziek. Inwoners uit Mali, Senegal en Ghana moesten er een paar eeuwen geleden in Amerika voor zorgen dat dit land kon uitgroeien tot het machtigste ter wereld. De enige middelen om het ellendige slavenleven te  ontvluchten waren de drank en de muziek. Regisseur Martin Scorsese maakt met “Feel Like Going Home” duidelijk hoe dit uiteindelijk leidde tot het ontstaan van de blues, de basis van veel hedendaagse popmuziek.

De roots van de bezwerende muziek van Tinariwen ontstond eeuwen geleden in de Sahara, in het noorden van Mali, waar de verhalen werden doorgegeven en de muzikale stijl ontwikkelt. Om in 2008 zelfs op een Gronings podium in een electrische variant gehoord te worden. De wereld wordt kleiner, en de Touaregs van Tinariwen draaien als nomadenvolk hun hand blijkbaar niet om voor een avontuurlijke wereldtrip.

Het was een onwerkelijke aanblik, daar aan dat water in het plantsoen. Het verhaal van Tinariwen is synoniem voor het ontstaan van de blues. Ook de slaven zetten de zogeheten orale traditie van hun voorvaderen voort. Daar veranderde weinig aan toen ze massaal in ‘the land of the free’ belandden. De blanke ‘bossman’ vond het prima dat er muziek gemaakt werd op de plantages, want dat hield de boel betrekkelijk rustig. Hij hield scherp toezicht en censureerde: trommels verdwenen uit de muziek, want daarmee kon onderling gecommuniceerd worden. En in de teksten, zo legt bluesman van het eerste uur Son House uit, werd het woordje “boss” vervangen door “woman”, om de frustraties van het werk op de katoenvelden toch kwijt te kunnen. Daarom gaan zoveel nummers over vrouwen en is er in de eerste bluesvariant, de countryblues, nauwelijks percussie te horen.

En zo doet Scorsese nog veel meer uit de doeken over een genre waarvan je dacht alles wel zo ongeveer te weten. Een genre ook wat ik zelf al had afgeschreven. Tsjonge, wat vond ik dat toch enorm saaie muziek, die blues! Ik weet nog dat ik ooit ben weggevlucht uit de Oosterpoort, omdat ik die gitaargeile mannen op leeftijd, met hun hoedjes, paardestaarten en bierbuiken, in dat eeuwige mid-tempo, gewoon niet meer trok. Dat gebeurt me echt niet vaak, want ik trek veel! Maar de deur gaat bij mij nooit helemaal dicht.

Misschien was het wel mijn muzikale vriend Markus Acher die de deur weer wat verder opengooide toen hij me de tas vol blues liet zien die hij voorafgaand aan een Notwist-concert nog even snel bij de Swingmaster had gevuld. Dit was andere blues dan die ik kende, zo bleek toen ik niet veel later zelf op jacht ging; akoestisch, krakend, eenvoudig, verhalend, puur. Ik ontdekte de countryblues uit de jaren 20/30. Muziek die gaat over overleven en overlevering.

Ik ontdekte ook een enorm verschil met de bluesrock die daarna kwam en die ik daarvoor had gehoord. Dat staat ver af van de oorsprong. Over overleven gaat dat niet. Eerder over schnabbelen en zakken vullen. Dat kan, dat er bij een nadere beschouwing een groot verschil blijkt te zitten tussen zaken die in eerste instantie erg op elkaar lijken. Ik bedoel, Dead Moon en Bon Jovi maken beide rock, Aphex Twin en Tiesto doen het electronisch, Jack Johnson en Elliott Smith houden beide een gitaar vast. Maar oei, wat een werelden van verschil!

De jacht op de goede bluesvariant was dus geopend. En toen was daar deze docu van de meester himself. Had ik die maar veel eerder gezien, dan had ik niet zo vaak hulpeloos in de Swingmaster gestaan, niet wetend waar te beginnen in die enorme zee aan zwart plastic, waar toch ergens juweeltjes tussen moesten zitten (uit welke bak had Markus die platen nou getrokken waar hij zo enthousiast over was?).

Scorsese neemt ons via de jonge muzikant Corey Harris mee op een reis die in de Mississippi Delta begint, en die eindigt bij de Niger-rivier in Mali. Hart, nazaat van slaven, speelt een moppie met direkte Afrikaanse familie van de eerste Amerikaanse blueshelden. Hij gaat op bezoek bij hedendaagse vertolkers, en belandt uiteindelijk natuurlijk bij de Malinese grootheid Ali Farka Touré om daar een emotionele ‘homecoming’ te ervaren die de filmtitel verklaart.

Overbodig om te zeggen dat Scorsese er een helder verhaal van heeft gemaakt en dat er filmtechnisch gesmuld kan worden. Om over het historische materiaal nog maar te zwijgen. En dan ook nog 30 minuten bonus footage waarin bluesliefhebber Scorsese zelf aan het woord komt. Zes live-nummers van o.a. Salif Keita en Taj Mahal zijn het kersje op de taart.

De DVD is los te koop, maar is ook te vinden in de prachtige 7-delige box “The Blues”. Voor de echte liefhebber raad ik ten slotte nog het boek “Deep Blues” van Robert Palmer (de schrijver niet de muzikant) aan.

Bijna 20 minuten uit Feel Like Going Home hier.

2 Reacties op “Feel Like Going Home

  1. Boeiend onderwerp. Maar wat is de insteek? Het concert van Tinariwen, de docu van Scorsese of de tas van Marcus Acher?

  2. Insteek is dat Afrika (Tinariwen) en Amerika (Scorsese) muzikaal gezien dicht bij elkaar liggen. Via Acher voeg ik het het persoonlijke element toe.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s