Lowlands 1994, deel 1

In twee, misschien drie delen ga ik vandaag en morgen terug in de tijd, om terecht te komen bij de tweede editie van Lowlands, 1994.

Ah, Lowlands. Festival aller festivallen. Graadmeter voor wat is hot, en wat is not. Iedere zichzelf respecterende muziekliefhebber is er en het verzamelde popjournaille rukt uit om verslag te doen. Vooraf, tijdens, nadien. Ook alles en iedereen die er toe doet in de industrie is aanwezig. Achter de schermen worden contacten gelegd en deals gesloten. Vooruitzien is immers regeren in Popland. LL is daarom belangrijk voor velen, om diverse redenen.

Anno 2010 is het een megaspektakel dat groeit volgens een aloud economisch principe: meer amusement, meer bezoekers. Naast popmuziek is intussen bijna elke kunstdiscipline wel vertegenwoordigt daar in Biddinghuizen. Eerst even naar een ballonnenmuzikant, daarna wat spannende erotische filmpjes kijken, om via de tattooshop van Henkie Schiffmacher een aanstormende band of gearriveerde act te zien. Wees niet verbaasd als je dit weekend Dries ineens op een van de vele podia ziet.

Die ene keer dat ik het festival bezocht was het circus beduidend minder bont. Je ging in ’94 naar LL voor de muziek. Punt. Tenzij ik in de toekomst onverhoopt deel wordt van het popjournaille of de industrie was het ook meteen de laatste keer. Kan er een lang verhaal van maken, over licht en geluid, pis en plastic bier, modder en regen, maar als ik gewoon zeg dat ik niet van popfestivallen houd, dan is de lading ook wel gedekt. Een lang verhaal wordt het overigens wel.

Ook vóór de tweede editie van LL wist ik al dat ik niet zo’n festivalganger ben. Ik was er dan ook niet als muziekfan; ik werd gevraagd om te helpen met een speciale LL-radiouitzending ter plekke. Daar kon ik geen “nee” tegen zeggen. Goede secundaire voorwaarden ook! Gratis entree en drank, overnachten in een heus huis, en een backstagepas om de bands van lekker dichtbij te kunnen zien. Dat bijvoorbeeld Pavement en de lokale trots Moonlizards er zouden spelen was mooi meegenomen.

Natuurlijk was ik ook benieuwd naar het festival zelf, dat toen al een reputatie had. Net als 15 duizend andere muziekfans stapte ik daarom in een busje dat ons in Biddinghuizen bracht. Met ‘ons’ bedoel ik de mensen achter de lokale radiopiraat De Nightrider, waarvan iemand al netwerkend de firma Mojo had weten te overtuigen dat wij de aangewezen club waren om drie dagen non-stop Paradise Radio te maken. Leuk idee: bezoekers kregen bij de kassa een radiootje met maar 1 frequentie, waarop wij dus dag en nacht te horen waren.

Radio De Nightrider: geen overeenkomst met de wat bekendere naamgenoot

Radio De Nightrider was een piraat in Groningen stad, maar niet zomaar eentje. Geen zendvergunning, regionale schaal, geïmproviseerde studio (Wikipedia), dat klopte allemaal wel. Maar zowel presentatie als muziekkeuze waren -zelfs voor piratenbegrippen- apart te noemen. De Eelder rommelmarkt was net zo goed leverancier van muziek als de importbak van de lokale speciaalzaak. Zowel John als Jon Spencer werden er gedraaid. De DJ’s (met nicknames, vanzelfsprekend) hadden elke zondagavond hun eigen show. Zoals bijvoorbeeld De Jonge Bosfazant , die zes klassen amateur-voetbaluitslagen voorlas, afgewisseld met een nummertje van Jack Jersey of een spelletje. Een derdehands drie-in-1 muziekmeubel, zoals dat voor 1972 in ieders woonkamer stond, deed dienst als studio.

Dat (plus 8 dozen rommelmarktvinyl) werd dan ook de LL-mediatent ingedragen toen we daar donderdags arriveerden. De afspraak was namelijk dat we onze eigen techniek mee zouden nemen. Ik zag verbaasde blikken bij de dienstdoende technici. Volledig terecht natuurlijk, al vroeg ik me toen voor het eerst af of ‘men’ wist van de achtergrond van deze groep radiomakers… De dozen mochten naar binnen, maar het meubel moest terug de bus in. Nadat Jan-Douwe Kroeske’s Vara-studio een paar meter verderop geïnstalleerd was, werd er voor ons netjes wat state-of-the-art techniek geregeld. Wow, een CD-speler!

Toen ook een doosje met CD’s van optredende bands ergens vandaan was getoverd kon het wachten beginnen op dag 1 van LL 1994.

Donderdagavond, 1994, stilte voor de LL-storm, klaverjassen. V.l.n.r.: Zwarte Paul, De Brancini, De Jonge Bosfazant, George

In deel 2 o.a.: Jeff Buckley, Henri Rollins, Lou Barlow en het Bounty-meisje.

4 Reacties op “Lowlands 1994, deel 1

  1. Leuk, een feuilleton.
    Ik wacht met smart op deel 2.

  2. Henry mocht een spelletje “randomrekkers” doen bij de heren nightriders en wilde daarna niet meer geinterviewd worden. De heren nightriders lieten Oasis aan zich voorbij gaan en hoorspel “de kameleon in nazi duitsland” deed het goed ’s ochtends vroeg op het campingterrein. Het was zo leuk.

  3. Pingback: Uit de oude doos | De Digitolle Grieze

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s