Lowlands 1994, slot

Pavement werd lo-fi genoemd. Veel muzikanten gingen begin jaren 90 zelf opnemen op 4- of 8-sporenrecorders. Die dingen werden steeds beter en goedkoper en boden een alternatief voor dure studio’s en formuledenkende producers. Een beetje ruis, nou en? Creatieve vrijheid! Er ontstond een underground-scene (bands, labels, mailorders, fanzines/pers), lo-fi werd de verzamelterm voor wat in de praktijk een heel breed spectrum aan muziek was. Dat leverde een boel verwarring op.

Ik was meteen enthousiast en begon er over te schrijven. In het winkeltje waar ik werkte verkocht ik de blijde boodschap, in Simplon zette ik die neer. Het was een beetje roepen in de spreekwoordelijke woestijn. Toch wel. Een enkeling deelde het enthousiasme, maar ik vond weinig gehoor. Hi-fi oren… De dertig bezoekers bij Smog, Mountain Goats en Chris Knox stonden in schril contrast met het feest bij Pavement op LL ’94 een paar maanden later.

Chris Knox

De timing was slecht, en marketing is geen erg sterke kant van me. Wellicht gaf de vergaarbak die lo-fi heette toch te weinig houvast. Een beetje meer serieuze pers zou ook fijn geweest zijn. Maar Pavement op LL ’94 gaf vertrouwen, waar ik de hoop al een beetje aan het opgeven was. Ook al hadden ze de lo-fi stiekem ingeruild voor hi-fi. Dat de term nu toch gewoon ingeburgerd is en dat vele muzikanten van het eerste uur nog actief zijn geeft me wel voldoening.

Lou Barlow in z'n schuur

Ook Lou Barlow mag graag een tape-je volpoepen in z’n garage. Maar er moet ook brood op de plank, en dat kwam er met Dinosaur Jr. en Sebadoh. Ik stond dit keer gewoon in het publiek, tussen de dranghekken, om Sebadoh als een echte festivalganger te beleven. Het was mooi om al die hits weer te horen, alleen jammer dat het geluid niet zo best was…

Wat later zag ik Barlow in de mediatent rondlopen. Een interview regelen was lastig. Terwijl een Nederlandse manager tussen ons in stond vroeg ik of hij geïnterviewd wilde worden door de drummer van Man Or Astro-Man? (een ideetje van de Nightriders) voor Paradise Radio. Daarbij wees ik achter me op de acht dozen vinyl, herstel, de studio. Maar nadat drummer Birdstuff (artiestennaam) zich er mee bemoeide werd de verwarring opgelost. Ik zat bovenop het gesprek dat volgde, maar heb geen idee meer waar het over ging! Barlow haalde tot besluit een single van Dawson uit m’n bakje. (geloof ik).

V.l.n.r. Lou Barlow, Birdstuff, Zwarte Paul

Het bezoekje van De Siliconenkid staat me echter nog helder voor de geest. Dat liep namelijk een beetje uit de hand. Deze gesprekspartner was door onze charmante medewerkster Miss Elly met enige moeite na afloop van z’n concert meegenomen naar de studio. De hele invitatie was integraal te volgen via een zendermicrofoon. Wat later zat een halfnaakte Henri Rollins (echte naam: Henri Garfield), nog nazwetend van wat ongetwijfeld een intense performance was geweest, naast De Brancini.

De Brancini interviewt De Siliconenkid

Die meende dat het de hoogste tijd was voor een spelletje Random Rekkert. Men neme een computertoetsenbord, er wordt blind een letter gekozen, de eerste de beste plaat uit de acht dozen (je dacht toch niet dat die voor niets meegezeuld waren?) met die letter is de Random Rekkert. Deze wordt vervolgens in de lucht gegooid. De bovenliggende kant komt op de draaitafel, de naald krijgt een zwiepert, waarmee het te draaien liedje is bepaald.

De Siliconenkid leek toch meer humor te hebben dan het leek en speelde met het toetsenbordje op de knieën het spelletje eerst gewoon mee. Het werd de ‘T’ van “Truckstop deel 8”. Maar ergens groeide er blijkbaar toch iets van ergernis. Opeens stond hij op, het toetsenbord en het gekregen Nightrider-shirt (op zich een logisch cadeau) van zich afgooiend. Er werd iets geroepen en gezwaaid met handen, en foetsie was-ie!

Jan Douwe Kroeske, duidelijk meer hi- dan lo-fi

Het was allemaal nog niet zo erg geweest als Jan Douwe Kroeske niet verderop ook had zitten wachten op een interviewtje met de beste man. Maar Rollins had het wel gehad in die tent. En dat terwijl onze Vara-collega nog wel de meest serieuze interviewer in de geschiedenis van de Nederlandse popjournalistiek is.

Een boze Vara kwam zich bij ons melden. En een even boze medewerker van Mojo. Beschuldigingen: wij zouden ons voorgedaan hebben als de Vara en zo het enige interview dat De Siliconenkid zou doen voor hun neus weggekaapt hebben. Onterecht natuurlijk. Iedereen had dat op Paradise Radio kunnen horen. Toen Miss Elly ‘m uitnodigde voor het gesprek met de woorden “nou, will you do it, or don’t you do it?” had hij toch echt, zij het aarzelend, “okay, I’ll do it” geantwoord. Velen voor hem waren al voor de charmes van Miss Elly gevallen.

"...redneckmusic..."

Rollins had natuurlijk ook z’n yoga-oefeningen overgeslagen door meteen met Miss Elly mee te gaan. Waarschijnlijk was dat de reden dat er nog wat negatieve energie onder de tattoo’s sluimerde. “The thing wasn’t even plugged”, zou hij later nog over het toetsenbordje zeggen.

Toen de rook opgetrokken was drukte de Crazy Gerry nog maar eens op de randomknop van de CD-processor om z’n favoriete nummer van een promootje te draaien. Toen de laatste tonen van LL ’94 klonken en het vuurwerk ontstoken werd waren we er live bij, daar waar JDK net een item had ingestart. We kregen zowaar een complimentje voor dit stukje timing van de heren van de techniek, die al weer klaar stonden om de boel in te pakken.

We hoorden later dat velen in hun tentje op het terrein genoten hadden van zo’n 50 uur non-stop Paradise Radio. Anders ik wel.

Nog wat links:

Stichting Hobbyrock op Wikipedia

De Hobbyrocker. het magazine voor de allround denker

6 Reacties op “Lowlands 1994, slot

  1. Die Henri Rollins heeft best gevoel voor humor hoor! Ik sprak ‘m eens live voor de lokale omroep. Hij in de kleedkamer boven de popzaal in het centrum, ik een paar kilometer verderop, in een radiostudio aan de rand van de stad. Tijdens het gesprek brak er een fantastisch onweer los, met als hoogtepunt een bliksem en geweldige knal die zowel via de radio als in het echte leven te horen was voor mij, voor Rollins en voor alle luisteraars. ‘Mijn troepen staan nu aan de grens van de stad’, zei Henri meteen, ‘and we’re gonna get ya!’

  2. Het zal de yoga geweest zijn.

  3. Pfff… wel weer gelachen om die Hobbyrock-strip, zeg;
    http://harrydegroot.tripod.com/striphobby/hoofdstrip.html (kies De Jonge Survivor in het linker menu)

  4. “A trip down memory lane” dankzij Paul….
    Jahaa, op dat (B)Lowlands festival was ik ook! Op papier destijds voor mij “grote” underground namen (Sebadoh, Pavement bijv) die ik allemaal in da club al eens gezien had en die in het echie op zo’n festival toch flink tegenvielen (lees: niet uit de verf kwamen in zo’n tent). Die ervaring deel ik dus met je!
    Maar eh, over echt lo-fi gesproken (en om maar eens in de festivalsfeer te blijven): er was in 1994 in Doornroosje zowaar een tweedaags lo-fi festival! In 1995 ook nog, geloof ik. Grote lo-fi namen op de bill: Sebadoh, Chris Knox. Zelfs een jonge Beck met alleen een acoustische gitaar deed nog iets lo-fi achtigs.
    Dat was allemaal weer wel leuk, weet ik nog. Met volgens mij overdag nog toegiften in de stad Nijmegen (herinner me Doo-Rag nog op straat bij de platenzaak Waaghals ergens in een achterafstraatje, maar het kan dat ik de boel nu door elkaar gooi…).
    Sjonge wat waren/voelden wij ons toen “underground”, man.
    Durf eerlijk gezegd de destijds aangeschafte “Fast Forward” (zo heette het festival) CD’s niet meer te draaien. Zouden ze de tand des tijds doorstaan hebben? Toch maar eens checken binnenkort….

    Grt André

  5. Fast Forward, laat me niet daarover beginnen! Heb de interviews bijvoorbeeld gedaan voor een nooit verschenen DVD. Die zag ik vorig jaar voor het eerst terug! Jammer dat de originele banden spoorloos zijn, anders had ik een nieuwe versie mogen editen. Alleen Beck kregen we niet voor de camera voor een interview. Hij was wat ziekjes was. Sebadoh was de 2de editie, Chris Knox en Beck de eerste keer. De 2de FF speelde ook een vriend van me waar we net een plaat van hadden uitgebracht op Rotten Windmill. Plover (van Birdskin), waarschijnlijk ken je het wel.
    Is allemaal nog goed aan te horen. Voordeel van al die hometapers is -vind ik- dat het niet zo gedateerd klinkt. Er is geen producer geweest die in de geest van de tijd heeft gemixt. Zoals die Engelse jaren 80 dingen bijvoorbeeld.

    Maar laat ik niet teveel uitweiden, daar zit ook nog een leuk verhaal in.🙂

  6. Doo Rag klopt idd, was ik ook bij. En underground: het waren in ieder geval allemaal muzikanten op onafhankelijke labels, zonder dat die onderdeel waren van een major label, zoals nu vaak het geval is. In die zin echt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s