Live Forever; The Rise & Fall Of Britpop (deel 2)

Het tweede deel over britpop. In de vorige Bonus Footage beschreef ik n.a.v. “Live Forever; The Rise & Fall Of Britpop” de Britse popbiz. Mijn kant van het verhaal.

Die popbiz speelt een belangrijke rol in de film, en dus ook in ‘de opkomst en ondergang’ van britpop. De NME neemt een centrale rol in. Het geeft Britse bands een voorkeursbehandeling (ik druk me netjes uit) vanuit een hand-buik-geld-constructie. De opkomst van Amerika, met Nirvana op kop, zette in 1993 een fikse streep door de rekening. De controle over de machine was weg, het was zaak om dat te herstellen.

Een plat maar effectief plan, daar was ik in deel 1 bij blijven steken. Als ik de namen van Oasis en Blur bijvoorbeeld noem weet iedereen dat dat plan inderdaad effectief is gebleken. Maar hoe zit het met ‘plat’? Hoe namen deze bands, met in hun kielzog een hele rits anderen (vaak met één-woordige bandnamen: een teken van formule-denken), de controle weer over? Hoe werd britpop zo populair? Het antwoord: nationalisme.

Ik kan er geen ander woord voor bedenken. Er werd, alsof het oorlog of een sportwedstrijd was, ingespeeld op het patriotisme van de Brit. Voetbal is oorlog, muziek is geen sportwedstrijd. Daar dachten ze aan de andere kant van Het Kanaal anders over. Het was ineens GB versus US, ‘wij’ tegen ‘hun’. Maandenlang kon je geen NME openslaan of het rood-wit-blauw van de ‘Union Jack’ kwam je tegemoet. Het inspelen op Britse sentimenten ging zo ver dat popsterren zelfs op de thee kwamen bij de premier. Alles zorgvuldig geregisseerd en geregistreerd. Dat het etiket ‘britpop’ er opgeplakt werd zegt al genoeg.

 

Tony & Noel: twee handen, 1 buik

Zou het toeval zijn dat de broertjes Gallagher van de populairste britpop-band Oasis het platst Engels praten? Dat hun band op een haast schaamteloze wijze het ijkpunt van de Britse pop, The Beatles, gebruikte was sowieso een meesterzet. Zoals het hele masterplan, waaraan diverse partijen achter diverse gordijnen de koppen samen staken, het gewenste effect had. Het publiek ging om. Waarom ook niet? De Union Jack had ook bij punk in de jaren 70 gewerkt. Zoals de termen “The British Wave” in de jaren 60 en “The New Wave Of British Heavy Metal” dat hadden gedaan. In 1995 was daarom de orde al weer hersteld. Amerika was dood, Britannia rules the waves! Once again…

Je kunt er onverschillig tegen aankijken, al dat gezwaai met die vlag en zo. Wat zou het? Lekker tongue in cheek. Maar stel je eens de Duitse vlag voor die een jaar lang op je afkomt. Voelt niet goed, does it? Ik, maar dat zal je ondertussen niet verbazen, walg van dit soort praktijken. Muziek en bands moeten op hele andere gronden populair en succesvol worden. Dat moet borrelen, buzzen en na enige tijd aan de oppervlakte komen, en niet van vandaag op morgen alle records breken. En het moet geen wedstrijdje of oorlog zijn. De NME ging zelfs zo ver om de oude truc -ook al zo’n onzin- van Beatles versus Stones uit de kast te halen. Ook Blur versus Oasis zit natuurlijk in de film. Daar kan Damon Albarn niets over zeggen: “There’s other people involved, ya’know?”. Read between the lines, zeg ik.

Blur ging paradoxaal genoeg al vrij snel op Amerikaanse leest geschoeide (lo-fi)pop maken. Dat was het nieuwe muzikale karretje dat op dat moment voorbij rolde. Eentje waarbij muzikale creativiteit meer ruimte kreeg, dus wat dat betreft is die keuze te billijken. Oasis en de anderen gingen zich herhalen, de NME vond dat het tijd werd voor nieuwe, frisse koppen op hun voorkant, en alleen Radiohead overleefde de oorlog en kwam als winnaar uit de strijd. Misschien/waarschijnlijk omdat ze het minst Britse geluid van allen hadden.

Het GB-gevoel ligt als een vieze bruine smurrie over de beelden en de quotes heen. Het zal de eerste Britse docu zijn zonder dat de naam John Peel valt. Peel is juist hèt voorbeeld van letterlijk en figuurlijk grenzeloos muziek draaien. De eigenzinnige DJ konden ze blijkbaar even niet gebruiken, zoals elk tegengeluid ontbreekt. De interviewer is schijnkritisch, echt doorpakken is er niet bij. Daarvoor krijg je een paar misselijkmakende karakters in beeld. “All American music is talentless”, hoor ik iemand zeggen… Opvallend is dat de camera altijd op twee meter staat en niet inzoomt. Maar ik kwam niet eens toe aan het waarom omdat ik een beetje onpasselijk werd.

Ja, ook in GB wordt mooie muziek gemaakt. Het staat hier zelfs in de kast. Maar deze ‘typisch Britse’ film jaagt mij weer verder de rest van de wereld in op mijn muzikale zoektocht. Daar wordt gelukkig ook verdomd leuke muziek gemaakt. Als het aan mij ligt zoeken ze het verder maar uit daar in GB. Helaas denkt niet iedereen er zo over…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s