Kiwileaks deel 3

In 2011 kun je via het web genoeg info vinden over NZpop. In 1983 lag dat ietsje anders. In dat jaar kocht ik “Send You”, het debuut van Sneaky Feelings, en m’n eerste kiwipopplaat. Zwager Ron kwam er op een dag mee thuis en ik had een lyrische recensie gelezen van Tom Engelshoven in OOR. “Alsof een engeltje in je oor pist”, schreef hij. “Send You” was voor mij een hemelse golden shower die ik dagelijks over me heen liet gaan (thx Tom!)

Importplaten van obscure bands bespreken, het kon toen nog bij OOR. Daar scoor je als blad niet mee als het gaat om de cijfertjes, maar ik ben het levende bewijs dat dat voor een individu toch grote gevolgen kan hebben. Het is een gedachte die tot aan vandaag mijn eigen drijfveer is.

Met Sneaky Feelings en mij ging het langzaam bergafwaarts na dat debuut. Maar het goudklompje opende een aanvankelijk voorzichtige, maar later manische jacht op de muzikale schatten van NZ. John Peel -hij weer- deed elke week een radioshow bij de VPRO. Zo af en toe kwam er een band voorbij. Niet alleen hoorde ik voor het eerst The Chills en The Clean, maar de mighty Peel was ook het kompas waar velen zich destijds aan oriënteerden bij hun zoektochten op onbekende terreinen. Voor mij was het een bevestiging dat ik niet met een of andere rare muziekkronkel bezig was.

Als Peel het draaide, dan wilden de Engelse bladen er ook nog wel eens een stukkie aan wijden. In Sounds, Melody Maker en NME vond ik kleine brokjes info. En ik had geluk dat de importzaken in Groningen, Hemmes en Elpee, de ballen hadden om de handel in te kopen. Dat die dure plaatjes nauwelijks verkochten was voor kiwirock in het algemeen niet gunstig (Elpee en Hemmes leek het niet te deren gelukkig), maar ik -arme student die ik was- spon er garen bij door ze uit de ramsj te vissen. Toen al snel bleek dat de hit/miss-balans zwaar naar de goede kant doorsloeg nam ik ze zelfs blind mee. Een blik op de achterkant van de hoes was genoeg: Flying Nun? Inpakken graag. Naar het ruggetje kijken kon ook; die liepen aan de uiteinden taps toe. Ik kon de kiwirock er zo uitpikken als ik voor een kast met voorraad stond.

Simon Reynolds bespreekt "Kaleidoscope World" in de Melody Maker

Mijn collectie groeide en ik begon te schrijven over NZpop. Ik werkte inmiddels in het kleine Groningse platenzaakje Flat Record waar ik nieuwe kiwirockzieltjes probeerde te winnen. Moeizaam verhaal. Iets met ‘woestijn’ en ‘roepende’… Er was te weinig persaandacht om twijfelende popconsumenten over de streep te trekken, er kwam geen buzz onder muziekfans, een enkeling daargelaten.

Ik vond die enkelingen, die gelijkgestemde geesten, in het internationale fanzinenetwerk. Alleen de verbinding was wat trager en duurder dan het web anno 2011…

Meer in deel 4. Hier volgen nu de volgende 10 Kiwileaks zoals die eerder op m’n Facebook stonden. Klik op de titels voor het clipje.

KIWILEAKS #11 t/m #20:

11. Jakob – Semaphore (2003)

Eind vorige eeuw begon mijn interesse voor NZ om diverse redenen af te nemen. De laatste tijd ontdek ik via het web toch weer mooie nieuwe bands. Die hebben wat minder een ‘typisch kiwi’-geluid en klinken internationaler. De wereld wordt kleiner… Trio Jakob sluit aan bij postrockende Ami’s en Mogwai. Lange instrumentale tracks met explosies. Zit wellicht wat aan de safe kant, maar ik draai het regelmatig. Ze kregen in NZ verschillende awards, vooral voor “Cale:Drew” waarop ook “Semaphore” te horen is.

12. Minisnap – In My Pocket (2006)

Ik heb een zwak voor gitarist Kaye Woodward. Normaal geeft ze de liedjes van Robert Scott en The Bats een sprankelende injectie met puntige solootjes, maar in Minisnap staat ze zelf aan het roer. Zelfde laken een pak: pretentieloze uptempo pop met een folky tic en een melancholische sfeer. The Go-Betweens of Beat Hppening (met Heather op zang) mogen ook genoemd worden. Liedjes die je de 3 minuten-boost geven die goede pretentieloze pop kan geven. Niets meer, zeker niets minder. “New Broom” staat op de EP “In My Pocket” en Minisnap dook ook op op een van die Rough Trade verzamel-cd’s.

13. This Kind Of Punishment – Don’t Go (1987)

Pretentieus is een woord dat regelmatig valt als je het hebt over de broertjes Jefferies. Hun zang roept misschien foute associaties op met ‘getergde’ Britse new wave-zangers. Maar bij hen is het -ik heb beide ontmoet- nou eenmaal hun normale stemgeluid. Laag, donker, zweverig. Muzikale pretenties zijn er dan eerder. Maar het spelen met de rock-conventies (snare eruit, piano erbij, tapeloops, etc.) en het opnemen (lo-fi by choice) levert wel bijzonder mooie muziek op. Meer over de actieve broertjes in latere Kiwileaks, eerst maar eens luisteren naar TKOP op hun rockendst met de full-on blast die “Don’t Go” is.

14. The Challenge – The Crunch (1969)

Ook in NZ kochten jongelui in de sixties plaatjes van de Beatles en de Stones. Flying Nun verzamelde de grootste sixtiespunkkrakers op “Wild Things”. Dé hit is wmb “The Crunch” van The Challenge, een band die een link heeft met Ray Columbus, de John, Paul, Mick en/of Keith van NZ. Vooral de groove geeft het nummer een onbedwingbare -euh- groove. 40 jaar later hoorde ik in Vera een onverwachte cover door The Situations, een mieterse temporaire kiwiband. Fun!

15. The Doublehappys – Needles & Plastic (1985)

Bored Games, Doublehappys, Straitjacket Fits, Dimmer: dat is -kort- de stamboom van Shayne Carter, een van de main men in de kiwirock. DH’s zijn unsung heroes in mijn boek. Rauw, meeslepend en energiek. Wayne Elsey was Carter’s vriend in DH’s. Hij stond eerder met z’n band The Stones op de legendarische “Dunedin Double” 2xLP, samen met The Chills, The Verlaines en Sneaky Feelings. Helaas maakte een tragisch treinongeluk een einde aan die vriendschap, en aan The DH’s. Wie weet wat…?

16. Toy Love – Squeeze (1979)

The Enemy was wellicht de eerste punkband in NZ, en op zeker de eerste band van Chris Knox, de belangrijkste figuur ooit in NZpop. Knox was toen al 25, wat hem ook meteen de oudste punker in NZ maakte. Met het vervolg Toy Love kwam er succes. TL’s debuut verscheen bij WEA, het bracht de band ook in Australië. Het einde van een lang verhaal is dat Knox en co. (waaronder later Tall Dwarfs-maatje Alec Bathgate) het strakke popbizkeurslijf niet trokken en het uitgooiden om daarna voor eeuwig het heft middels DIY in eigen handen te houden. Het bepaalde ook de werkethos van Flying Nun, met Knox als spil, in de jaren 80. “Squeeze” is de B-kant van de 7″ “Rebel”.

17. The Bilders – Russian Rug (1982)

Bill Direen is een beetje een buitenbeentje in NZ. Noem hem voor het gemak allround kunstenaar met een voorliefde voor muziek. Die kent daarom een arty inslag, wat z’n muziek niet altijd even makkelijk te behappen maakt. Ook verschillende bandnamen maken het er niet gemakkelijker op. Maar in z’n rijke oeuvre zitten genoeg kleine briljantjes om een ontdekkingsreis voor te ondernemen. “Russian Rug” geeft de richting aan. Het staat op een geweldige vierdelige overzicht-serie die FN ooit van Direen uitbracht.

18. The Kiwi Animal – Blue Morning (1984)

Zelfs voor dieheart kiwifans was The Kiwi Animal cult. Een soort heilige graal, waarvan over de grootsheid in kiwikringen gefluisterd werd zonder dat iemand er een noot van gehoord had. Daar kwam verandering in toen Duitser Gregor Kessler, die ik kende van de fantastische mag Hayvefer, de twee lp’s ineens uitbracht op z’n eigen label Sonic Squid. Hij schreef ook dit lange interview met Brent en Julie van KA. Zo kwam ook dit geheim toch boven water. En de muziek? Prachtige breekbare folkpop die zo mee kan in de folkrockgolf die nu speelt.

19. S.P.U.D. – Breakdown Town (1990)

De Amerikaanse noiserock op labels als Amphetamine Reptile, Sub Pop en Touch & Go bereikte ook NZ, zo bleek toen S.P.U.D. ineens opdook. Vies, vuil, smerig, dement, hakkend en takkend; dat was andere koek dan jinglyjangly kiwipop. En het mocht zich meten met de Amerikaanse broeders. Na een paar platen werd de naam veranderd in Solid Gold Hell, waarmee oplettende rockers hier snappen dat ook ranzigrockende Aussies als The Birthday Party, King Snake Roost en Lubricated Goat genoemd mogen worden als referentie. Ja, er wordt een auto in elkaar gerost in het clipje.

20. Wreck Small Speakers On Expensive Stereos – Alice In Wonderland (1984/86)

Goeie titel! Nachtplaatje dit. Favoriet nachtplaatje. De lamlendige soundscapes middels synths, tapemanipulatie, met hier en daar een flardje song, sluiten perfect aan bij het moment dat de slaap haar intrede dreigt te doen. Later werd het ook een dagfavoriet. “Dr. 503” van The Dead C. kende in huize S. eenzelfde carrière. Niet verwonderlijk is het dan ook dat we in beide bands Michael Morley tegenkomen. WSSOES is pré-Dead C. Morley heeft naast die band nog het solo-project Gate, waarmee hij de grenzen van de gitaar aan het verkennen is. Daarbij inslapen lukt niet.

Een Reactie op “Kiwileaks deel 3

  1. Verdorie Sneaky Feelings! Heb ik ook nog een LP van. Leg ‘m zo maar weer eens op. Thanks voor de reminder.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s