Kiwileaks deel 4

Elk land, elke grote stad, kent wel een kiwifreak. Ooit logeerde gitaarterrorist Dean Roberts (Thela, White Winged Moth) bij me. Hij deed een tourtje en deed Vera aan. Of ik die man geen nachtje kon hebben? Geen probleem natuurlijk. ’s Ochtends keek Dean naar m’n platenkast. “It’s amazing…”, zei hij. “I sit on a different couch every morning, but I’m always looking at the same stacks of records from New Zealand.”

Ik vertelde eerder al dat John Peel regelmatig kiwirock draaide, en dat het prettig was om een soort bevestiging te krijgen dat je niet op een of andere rare trip zat. Tuurlijk vond ik de muziek zelf ook domweg mooi, maar je hebt toch altijd wat perspectief nodig om de boel te plaatsen. Anderen geven dat. Daarom was het goed om te weten dat er gelijkgestemde geesten over de hele wereld waren. Daarnaast werd er natuurlijk informatie uitgewisseld.

Ik deed dat door zelf ook een fanzine in elkaar te stampen. Bijna letterlijk, want drie maanden lang stond er in ’92 een enorme typemachine op tafel waarop ik af en toe een stukje tikte. Een NZ-alfabet was het concept, verder deed ik maar wat. In de goede punk-traditie plakte ik er ook nog een Gronings scenerapport aan vast waarvan de titel “Grunnen Rocks” uiteindelijk gebruikt werd voor de prachtige site van Grunneger Evert.

Cover voor Tuatara #2 (the mag that never was...)

Zo leverde Tuatara in ieder geval iets op. Terugbladeren kan pijnlijk zijn, en dat is het ook wel, maar er gingen toch zo’n 300 exemplaren de wereld over via mailorders. Nummer 2 had snel moeten volgen. Maar die kwam er nooit, ondanks dat Chris Knox een geweldige cover maakte. Ook Bettie Serveert interviewde ik nog, maar Tuatara #2 kwam er domweg niet. Reden? Laat ik het vaag houden door te zeggen dat het een vage fase in m’n leven was…

Ik voel me tegenover CK nog wel een beetje schuldig. Hij vatte het destijds luchtig op toen ik ‘m ontmoette en m’n verontschuldigingen aanbood. Maar ik heb nog steeds de behoefte om 18 jaar later met #2 te komen…

KIWILEAKS #21 t/m #30

21. Able Tasmans – That’s Why (1995)

Hoe kun je als Groninger niet van deze band houden? In de 17de eeuw was het onze Abel die NZ ontdekte. Ik voel enige verwantschap… Mooi dat de zorgvuldig in elkaar gestoken pop van dit gezelschap ook prima te pruimen is. De band begon nog onstuimig in sound en aanpak, met een riedelend orgeltje in de hoofdrol. Maar als een van de eerste Flying Nun-bands kozen de Tasmans voor verzorgd en ‘mooi’-klinkende platen. Een geluid dat Belle & Sebastian wat later bekend zou maken. Ook Eric Matthews wil ik nog snel even noemen. Namen die overigens alleen de richting aangeven.

22. Garbage And The Flowers – Love Comes Slowly Now (1997)

Een band waarvan ik m’n favo song niet op video kon vinden, en waarvan ik vervolgens het hoesje van de song die het dan wel werd nergens in goede kwaliteit tegen kwam. Snap je? Dus: plaatje (7″-hoesje van die bewuste song) en video corresponderen niet. Duidelijk is dan ook dat dit obscuur spul is. Jammer, want de Velvets meets Sonic Youth-sound heeft -euh- potentie. G&F was onderdeel van een nieuwe lichting bands die via het Xpressway-label van Bruce Russel (Dead C) vooral op US-labeltjes onderdak vonden. Het nummer hier is van hun enige plaat “Eyes Rind As If Beggars”.

23. Proud Scum – Suicide 2 (1979)

Proud Scum. Met zo’n naam weet je waar de klepel hangt. No-nonsense-no-future punkrock. Ook in NZ was er rond ’80 een punkscene, gemodelleerd naar Britse voorbeelden als Sham 69, Pistols en The Exploited. De naam viel voor mij voor het eerst toen het nota bene Evan Dando zelf was die me vertelde dat “I’m A Rabbit” op The Lemonheads“Lick” een cover is van deze kiwi-bootboys. “Suicide 2” leerde ik wat later kennen via de mooie kiwipunkverzamelaar “It’s Bigger Than Both Of Us”. Een bizar verhaal over een man met grote oren die van een brug springt… Verscheen -natuurlijk- oorspronkelijk als single.

24. The Verlaines – Pyromaniac (1984)

Klassieke eerste mini (“10 O’Clock In The Afternoon”) van The Verlaines. FN-band van het eerste uur met Graeme Downes als songsmid en enige vaste factor. Latere Verlaines-platen klinken wellicht wat te geforceerd bedacht (Downes experimenteert graag met het medium ‘popsong’), maar dit hier heeft daar geen last van. Noem het folkpop met die raggende gitaren en die melancholieke sfeer. Noem het typisch FN, typisch NZ, typisch Dunedin. Ik noem het klassiek.

25. Trash – Telecom South (1992)

Niet alleen US-labels begonnen rond 1990 obscure kiwibands uit te brengen. Het Belgische Turbulence deed een fikse en belangrijke duit in het zakje om de blijde boodschap van ‘een nieuw NZ-geluid’ te verspreiden. FN werd steeds meer biz (de firma WEA begon zich er mee te bemoeien), het geluid als gevolg steeds meer gestroomlijnd via dure studio’s. Label Xpressway werd de centrale factor in een ‘tegenreactie’. De verzamelbox “Killing Capitalism With Kindness”, met drie 12″-es, was daarom ook een belangrijk lofi-artifact. Mede door het verhaaltje van Peter Jefferies in het boekje, dat de lofi-ethiek nog eens helemaal helder maakt. Trash maakte een geweldige single (“On And On With Lou Reed”) en een prima plaat (“Gritt & Butts”) waarop de noisy en druggy kant van de Velvet Underground een kiwi-treatment krijgen.

26. Graeme Jefferies – Prisoner Of A Single Thought (1987)

Na de punkwave van Nocturnal Projections en het experimentelere vervolg This Kind Of Punishment zei Graeme Jefferies z’n broer Peter vaarwel en trok alleen de wijde wereld in. “Messages For The Cakekitchen” is een solo-plaat die, naar goede kiwitraditie, met hulp van allerlei gasten vorm kreeg. De minder-is-meer-lijn van TKOP werd doorgetrokken, maar het singer/songwriter-element is nadrukkelijker aanwezig. Er rolde een intieme en ingetogen plaat uit die ik nog altijd koester. Het label Ajax bracht de vinylversie uit op CD. Die is nog gemakkelijk te vinden.

27. High Dependency Unit – Schallblute (2001)

Kiwi-krautrock? Ach, waarom niet (het zijn maar labeltjes…). HDU was onderdeel van een nieuwe lichting bands op FN die rond 2000 wat harder en heftiger van leer trokken. Ik zag ze ooit op een door Shellac georganiseerde All Tomorrow’s Party en zweefde mee op de sonische geluidsgolf die het trio produceerde. Dat is precies wat deze muziek moet doen. HDU is na vele platen intussen on top of it. Die staan allemaal op Bandcamp (dus…), “Schallblute” is te vinden op “Fire Works”.

28. Jean Paul Sartre Experience – I Like Rain (1987)

“I Like Rain” is een ogenschijnlijk niemendallerig liedje dat je desondanks 25 jaar later nog steeds draait. Of dat je bijvoorbeeld ineens tegenkomt als cover van het ‘Notwist-project’ Lali Puna. De kiwirock kent vele van dergelijke spectaculair onspectaculaire songs. JPSE klinkt hier nog breekbaar en naïef (op een goede manier), later werd het wat meer indierockende zweefpop. Ook fraai (Britpoppers: luisteren!), maar anders, normaler. Minder spectaculair onspectaculair, zeg maar.

29. David Kilgour – Spins You Round (1991)

Wat weinigen weten is dat David Kilgour niet alleen low-budgetrocker is in The Clean, maar dat hij ook een solo-carrière heeft die geluidstechnisch de compleet andere kant op gaat. Vind ik mooi; geen grenzen, geen beperkingen, muzikale vrijheid. Een mooie song blijft een mooie song. Kilgour schudt ze achteloos uit mouw. Misschien is dat hier nog wel mooier te horen. Net als het feit dat de man een begenadigd gitarist en zanger is. Laat ik het anders zeggen: Hij kan niets fout doen in mijn boekje en ik schuif alles wat hij me voorschotelt zonder pardon tot de laatste brok naar binnen. “Spins You Round” komt van z’n eerste solo-plaat “Here Come The Cars”.

30. Chug – Golden Mile (1994)

Ook zo’n band met een aantal fantastische popdeunen in de disco. Even dacht ik dat het ‘m ging worden toen “Golden Mile” opdook op zo’n verzamel-CD van het toonaangevende US-blad CMJ Monthly, maar niet veel later was het al weer stil rond Chug. Dat heeft een duidelijk link met The 3Ds in de personele bezetting, en een iets minder duidelijke in muzikaal opzicht. Ook hier zou ik de term ‘zweefpop’ op willen plakken. Twee langspelers en een mini, het liedje hier komt van het debuut “Sassafras”. De poster van de hoes hangt nog altijd aan de muur in huize S.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s